Perifeer infuus plaatsen met bloedafname

Materiaal

  • Alcoholische ontsmettingsstof
  • Naaldcontainer
  • Nierbekken en/of afvalzak
  • Klaargemaakt geïdentificeerde infuus
  • Kleine bedbescherming
  • Knelband
  • Steriele kompressen
  • Niet-steriele handschoenen
  • Katheter + reserve
  • Steriel katheterverband + reserve
  • Materiaal voor bloedafname afhankelijk van het gekozen systeem
  • Adapter

Voorbereiding

Uitvoering

Denk zelf na over de momenten van handhygiëne en het gebruik van niet-steriele handschoenen.

je controleert het aanvraagformulier

Je geeft de patiënt een liggende of zittende houding.

Je organiseert het werkblad en opent de nodige verpakkingen.

Zet jezelf comfortabel en ergonomisch naast de patiënt.

Je legt de bedbescherming onder de arm.

Je legt de knelband onder de arm en maakt deze vast.

Je zoekt een geschikte ader.

Je ontsmet de punctieplaats en respecteert hierbij de contacttijd.

Je neemt de katheter en verwijdert de beschermhuls.

Je strekt de huid van de patiënt en waarschuwt voor de prik.

Je brengt de naald in onder een hoek van 15° tot 30° met de naaldopening naar boven. Is er bloed zichtbaar in de bloedterugloopkamer van de katheter dan wordt de katheter voorzichtig over de naald opgeschoven.

 Let opIndien je fout prikt herbegin je met een nieuwe naald vanaf het aandoen van de knelband!

Je houdt de katheter gefixeerd (cave overzicht en steriliteit insteekpunt) en:

  Je duwt de ader af (niet op het insteekpunt), verwijdert de naald en brengt deze in de naaldcontainer.

  Je plaatst het bloedafnamesysteem rechtstreeks op de katheter en neemt de nodige bloedstalen.

  Je maakt de knelband los van zodra de bloedafname is uitgevoerd.

  Je verwijdert het beschermdopje van de infuusset.

  Je koppelt deze aan op de katheter.

  Je opent de rolregelklem van de infuusset en controleert het insteekpunt op zwelling.

  Je controleert de bloedterugvloei.

  Je reinigt zo nodig de arm rond het insteekpunt met steriele kompressen.

Je bevestigt de katheter d.m.v. het katheterverband en legt een anti-tractielus aan.

Je regelt de inloopsnelheid en hangt het infuus op de juiste hoogte.

Je maakt de bloedtubes, voorzien van de juiste identificatie, samen met het aanvraagformulier klaar voor het transport naar het labo.

Nazorg

Denk eraan de stalen correct te bewaren indien deze niet onmiddellijk naar het laboratorium kunnen gebracht worden.

Informeer de patiënt over de belangrijkste aandachtspunten van een infuus.

Bronnen

  • Bij deze procedure werd nog geen link toegevoegd naar (wetenschappelijke) bronnen. Mocht je relevantie literatuur gevonden hebben, mag je dit altijd laten weten aan de vakdocent of praktijklector.