Flesvoeding

Materiaal

  • Flessenverwarmer
  • Flesje inclusief het juiste speentje
  • HAC
  • Luier
  • Vochtige doekjes
  • Vuilbak
  • Slabbetje

Voorbereiding

  • Controleer de hoeveelheid flesvoeding, de soort voeding en het soort speentje

Opm: indien de flesvoeding nog gemaakt moet worden dient men per 30ml flessenwater een afgestreken lepel poeder bij te voegen. Zorg dat alles steriel wordt bereid (zie boekje ‘flesvoeding’ van Kind & Gezin)

Uitvoering

Stap 1

Ontsmet het verzorgingskussen met HAC

Stap 2

verschoon vóór de voeding de luier

Opm: dit om het slaap-waak ritme van de neonaat te garanderen. Als de neonaat voldaan en moe is, dan dient men hem niet wakker te maken voor de luier, alsook worden op die manier manipulaties, die tot het teruggeven van melk kan leiden, vermeden

Stap 3

controleer het mondje op spruw

Stap 4

zet de neonaat in een goede houding

Opm: d.w.z. halfzittend met een goede steun in de rug en de nek; een neonaat moet goed kunnen ademen en slikken; dus: de neonaat mag de kin niet op de borst hebben, noch het achterhoofd tegen de rug hebben

Stap 5

Kondig de komst van het speentje aan door met het speentje op de bovenlip te strijken

Opm: op die manier wordt de zoekreflex gestimuleerd en leidt dit vaak tot het openen van de mond (hoe zou jij je voelen als ze snel, zonder waarschuwen, iets in uw mond ‘proppen’?)

Stap 6

het speentje moet boven de tong geplaatst worden

Opm: vaak zal men zien dat een neonaat zijn tong tegen het gehemelte houdt; indien het speentje onder de tong is, loopt de voeding uit de mond en kan de neonaat niet slikken

Stap 7

observatie

Opm:    observeer tijdens het geven van de flesvoeding continu de neonaat;

bij cyanose en/of bij ademhalingsmoeilijkheden dient men onmiddellijk te stoppen;

de neonaat moet de hoeveelheid die hij zuigt kunnen slikken zonder zich te verslikken;

las zo nodig rustpauzes in;

bij het gebruik van een regelbare speen (speen met stand I – II – III) start men met de kleinste stand. Men mag een neonaat niet te fel vermoeien en men dient zo nodig over te schakelen naar een andere stand.

Stap 8

boeren

Opm:     laat de neonaat eventueel tussendoor boeren;

zeker wanneer een neonaat niet vlot meer drinkt, is boeren op zijn plaats, vaak is het slecht drinken dan te wijten aan lucht in de maag.

Stap 9

installatie na de flesvoeding

Opm: leg de neonaat buik-tegen-buik van de moeder of in het bedje op de rechter zijligging (cave: wiegendood). De rechter zijligging zorgt vnl. voor een betere maaglediging.

Stap 10

reflux?

Opm:    indien een neonaat last heeft van reflux dient men hem in hoogstand te installeren;

bij het plaatsen in hoogstand zorg dan voor fixatie van de neonaat zodanig dat hij niet naar beneden schuift. Dit kan d.m.v. een opgerolde handdoek ter hoogte van het bed uiteinde of d.m.v. een ‘hangmat in het bedje’.

Stap 11

nooit forceren met drinken.

Opm: men mag een neonaat nooit forceren met drinken. Dit geldt uiteraard voor zowel borst- als flesvoeding

Nazorg

Communiceer tijdens en na de flesvoeding met de ouders